SAMEN MET CHRISTUS LEVEND GEMAAKT!

 

Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered.

(Efeziërs 2:4-5)

 

 

 

Lieve mensen, gemeente van onze Heiland Jezus Christus,

 

Verwondering

Als je aan het lezen bent in de brief aan de Efeziërs, dan valt je mond steeds wijder open van verbazing. Tenminste als je echt tot je door laat dringen wat daar staat, wat Paulus daar in de naam van de Here zegt. Wat mij betreft is dat dan allereerst om die uitspraak die ik als thema voor de preek heb gekozen: MET CHRISTUS LEVEND GEMAAKT!

Dat is zo groots. Als je gelooft in de Here Jezus, als je Hem kent en volgt en alles van Hem verwacht, dan ben je met Hem lévend gemaakt! Dat is heel bijzonder om te horen. Helemaal als je geneigd bent om te denken dat je een zondig mens bent en blijft en dat er niet veel groei valt te verwachten. Maar het staat er toch wel, in de bijbel (!), dus het moet wel waar zijn: je bent samen MET CHRISTUS LÉVEND GEMAAKT. Je bent niet meer dood door misstappen en zonden. Daar straks meer over.

 

Zó groot, zó genadig

Want het is belangrijk om wel echt bij het begin te beginnen. En dat betekent in het christelijk geloof altijd: beginnen bij God. In de twee verzen waar de preek over gaat, gebeurt dat ook. Proef maar even:

-          God is zó barmhartig! (‘die rijk is in barmhartigheid’)

-          De liefde die Hij voor ons heeft opgevat is zó groot! (‘door zijn grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad’)

Ik wil heel graag dat we dat tot ons door laten dringen. Dat we dat toelaten in ons hart en dat het niet letters op papier blijven, dingen die veel van ons al een leven lang gehoord hebben, maar dat we het echt af laten dalen in ons hart. Via onze oren, naar ons hart, om het te voelen.

-          God is zó barmhartig!

-          De liefde die Hij voor ons heeft opgevat is zó groot!

Als je vader of moeder bent, herken je dat misschien wel bij jezelf. Als je kind iets gedaan heeft wat niet goed, en je moet daar wat mee doen, omdat je kind er echt iets van moet leren, dan is het soms niet gemakkelijk om bijvoorbeeld te straffen. Dat doet zeer aan je hart. Want de liefde die je voor je kind hebt opgevat is zó groot.

Als het gaat over ons leven met de Here, moeten we dus echt daar beginnen. Ik kan daar niet genoeg de nadruk op leggen. Want we zijn mensen, en we zijn buitengewoon geïnteresseerd in onszelf. En of we dan geïnteresseerd zijn in onze slechtheid (als zondaars) of in onze goedheid (als prima mensen), dat maakt eigenlijk helemaal niets uit. Want dan starten we bij onszelf. En als we iets mogen leren uit de bijbel, dan is het dit: alles begint altijd weer bij God. Hij is de eerste. Hij is de enige. Dat is in de taal van de bijbel ook waar het in de genade om draait. Dat ik zelf niets in te brengen heb, maar dat God alles geeft. Genade - ‘Ook u bent nu door zijn genáde gered’,  staat er in vers 5 - genade betekent dat God een gévende God is. Niet die eisende God waar velen Hem voor houden, de God van jij moet dit en jij moet dat. Maar een gévende God. En Hij geeft niet een beetje. Hij geeft veel. Hij geeft alles. God geeft gul. Dat is: GENADE.

En dat is zo mooi in het christelijk geloof. In andere religies moet je altijd op een of andere manier - óf door heel hard te werken of door juist heel stil en meditatief en leeg te zijn - het toch zelf doen, zodat je iets hebt om je op voor te laten staan. In het christelijke geloof niet. Want God geeft gul, geeft alles wat we nodig hebben. Ik denk dat dat de kern is: God gééft. Want Hij is een genádige God.

 

Vóór en ná

En dat is een hele ontdekking. Soms kan een ontdekking je leven totaal veranderen. Of een gebeurtenis kan je leven totaal veranderen. Zo zelfs dat je spreekt over vóór en ná. Zo kan ons leven soms ingedeeld worden, of de wereld. De wereld van vóór 9-11 (11 september 2001) of de wereld ná 9-11, de dag dat twee vliegtuigen zich boorden in de Twin Towers in New York. Ik herinner me nog de dag van 9-12, 12 september 2001. Ik ging naar Zwolle voor een vergadering en reed over de A9 aan de zuidkant van Amsterdam. Er kwamen vliegtuigen over. Ieder vliegtuig was een potentiële terroristische bom. Een vliegtuig vóór 9-11 was iets heel anders dan een vliegtuig ná 9-11. Dezelfde werkelijkheid, maar je keek er heel anders naar.

Maar we kunnen ook denken aan mooie dingen, bijvoorbeeld de dag dat je je partner leerde kennen. Mijn leven vóór 9 februari 1987 en mijn leven ná 9 februari 1987 (dat is de dag waarop Joke en ik verkering kregen). Alles was anders geworden.

Zo’n markeringsmoment die een ommekeer aanduidt in je leven, daarover gaat het hier ook als in vers 4 staat: ‘Maar’ Want tussen de verzen 1 tot 3 en het vervolg vindt een ommekeer plaats. Eerst gaat het over toen en wordt er gesproken in de verleden tijd, en dan gaat het over nú en wordt er gesproken in de tegenwoordige tijd.

 

U wás dood

Kijk maar in vers 1: ‘U wás dood door uw misstappen en zonden.’ In de kerk hebben we nog al eens de neiging om het zo te zeggen: ‘u bént dood door uw misstappen en zonden’. En nu is het waar: als we buiten Christus zijn, als we los van Hem leven, als we ons van Hem afkeren, als we zijn uitgestoken hand niet aanpakken - ja dán zíjn wij dood door onze zonden.

Maar Paulus zegt hier tegen de Efeziërs en tegen alle kinderen van God: ‘jullie wáren dood’, ‘jullie gíngen de weg van de god van deze wereld’, ‘wij líeten ons allen beheersen door onze wereldse begeerten’, ‘wij vólgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen’, ‘wij stónden van nature bloot aan Gods toorn.’

Voelt u het aan? Voor christenen - en dan heb ik het niet over kerkmensen, of over naamchristenen, maar over mensen die Jezus Christus hebben aangenomen als hun Verlosser en Heer, mensen die zich helemaal aan Hem hebben overgegeven, mensen die Christus omhelzen - voor chrístenen is dat allemaal verleden tijd.

En natuurlijk, ik voel het wel aan als je nu zegt: ‘maar er is toch nog zoveel zonde in mijn leven’. Maar daar gaat het nu even niet om - want dan ga je dus toch weer naar jezelf zitten kijken, en we moeten juist kijken naar God die gééft, naar Christus onze Heer. We moeten nu zien, we moeten nu ontdekken, dat als wij in Christus zijn, dat verleden tijd is. ‘Ik wás dood, ik bén levend.’ ‘Ik líet me beheersen door mijn wereldse begeerten, ik láát me beheersen door de heilige Geest.’

Dat is het evangelie. En ik weet het, het gaat over diepe dingen, over een mysterie, over een Godswonder, over de wedergeboorte, een nieuwe geboorte van boven door de heilige Geest. Zelfs een geleerde als Nicodemus begreep er niets van toen Jezus hem vertelde over die geboorte uit de Geest: ‘Begrijpt u dit niet, terwijl u een leraar van Israël bent?’ Juist als je heel veel weet wordt het steeds moeilijker om open te staan voor een mysterie als de wedergeboorte in je leven. Dat nieuwe, waardoor alles anders wordt. Waardoor je anders kijkt naar het leven, waardoor je anders kijkt naar mensen, waardoor je een ander hart krijgt, waardoor je anders leest in de bijbel, waardoor Jezus gaat glanzen omdat Hij zelf geboren is in je hart. MET CHRISTUS LÉVEND GEMAAKT! ‘Niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.’

 

U bént levend

En dan kom ik met een persoonlijke vraag. Herken je dit? Herken je dit in je leven? Of grenst dit misschien aan tongentaal: onverstaanbaar, onbegrijpelijk, omdat het hemelse woorden zijn die - en dat is helemaal waar - niet passen bij een wereldse, natuurlijke manier van denken?

Ik hoop dat je zegt: ‘Ja!’ En als je ‘ja’ zegt, dan wil je er maar één ding direct achteraan zeggen: ‘Door Góds genáde ben ik gered.’ Want het is heel gevaarlijk om je dan op de borst te gaan kloppen, en te zeggen: ‘Kijk mij, de nieuwe mens!’ Wei overgegaan is van het oude naar het nieuwe leven, van de dood naar het leven, van de duisternis naar het licht, wil maar één ding: dat Jezus wordt verheerlijkt, dat Christus steeds maar weer voor ogen wordt geschilderd als onze genadige Redder.

Maar misschien zeg je ook wel: ‘Nee, dit herken ik niet. Dit is luchtfietserij. Dit is niet zwaar genoeg, dit is eigenlijk zelfs oppervlakkig.’ En ik herken dat ook wel. Want er is in mijn eigen leven en in de dingen om me heen zoveel dat nog verband houdt met zonde en dood, met boosheid en wankelmoedigheid, met ongeloof en gebrek aan vertrouwen.

Maar als ik me daar op focus, dan ben ik weer precies dat aan het doen, wat ik juist niet moet doen: in mijn eigen kleine leven rondkijken en zien wat er allemaal nog niet past bij dat nieuwe leven. En vergis je niet, dat is precies wat onze tegenstander graag ziet gebeuren. De satan zegt: ‘kijk eens, die zonde in jouw leven, en laatst was je zo boos, en je hebt ruzie gemaakt, en je leest eigenlijk veel te weinig uit de bijbel’ - dan is de satan bezig ons aan te klagen, ons op onszelf terug te werpen en ons te laten geloven in de leugen: ‘je bent nog steeds dood door de zonde, denk niet dat God zich in jóu verheugt. ’

Leugens zijn dat, lieve mensen, leugens van de vader der leugen. En het klinkt nog best vroom ook: ‘door de zonde dood, een arme zondaar.’ Maar dat is in Christus niet langer onze identiteit. Dit is in Christus - in de geloofsverbondenheid met Hem - onze nieuwe identiteit: Lévend! Gered door genade! Een geliefde zoon, een geliefde dochter van God! Daarnaar mogen we altijd teruggaan, naar die kern die in Christus de Waarheid is, want Christus is de Waarheid: Ik ben levend gemaakt met Christus.

 

Geloofsléven

En dat mag ons geloofsleven ook gaan kleuren. Dat is opvallend trouwens dat woordje: geloofsléven. Niet geloofsdóód. Ons geloofsléven mag worden gekleurd, geheel en al, voor de volle honderd procent door Gods genade in Christus. Want God is een gévende God. God geeft gul.

En zeker daar hoort de vergeving ook steeds weer bij. Want de positie die we hebben in Christus - Lévend gemaakt! - die positie wordt in de praktijk voortdurend aangevochten. De satan is steeds bezig. En in ons roert zich ook voortdurend de oude mens. Dat is een proces dat doorgaat tot onze dood. Maar het is niet uitzichtloos en hopeloos. Er mag groei zijn door de Geest. We mogen voortdurend vernieuwd worden, de nieuwe mens aantrekken, Christus aantrekken, veranderd worden van heerlijkheid tot heerlijkheid.

Nogmaals: als we alleen rondkijken in ons leven, dan zien we zoveel zonde dat we moedeloos worden en ons erbij neer gaan leggen: we zijn nu eenmaal zondig. Maar telkens als dat gebeurt moeten we terug naar het begin, en dat kleine woordje ‘maar’ spellen: ‘Maar God!’ ‘Maar omdat Gód zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft hij ons, samen met Christus levend gemaakt.’

Vandaag heb jij hier ‘Ja’ gezegd. Ik moet denken aan een liedje van Wim Sonneveld, niet zo heel eerbiedig misschien, maar wel heel to the point: ‘Zeg maar ja tegen het leven!’ Ik hoop dat je ja zegt op het Leven. Christus is ons Leven, zijn kracht in ons laat nieuw leven opbloeien waarin Hij door zijn Geest steeds meer gestalte in ons krijgt. Nooit volmaakt hier op aarde, nooit onaangevochten, maar wel herkenbaar, transparant tot op Jezus zelf. Dat is het wat het betekent om gered te zijn door zijn genade!

Weet het - in Christus - voor de rest van je leven: door genade ben je levend gemaakt met Christus.

 

Laten we bidden…